Onze kwekerij beslaat een oppervlakte van 60 hectare zandgrond, verdeeld over drie locaties rondom ons bedrijf in Breezand. Kapiteyn teelt op 12 hectare lelies in een assortiment van diverse soorten. Het assortiment bestaat uit variëteiten die geschikt zijn voor de broeierij. Diverse soorten uit de stal van Marklily worden exclusief op onze kwekerij geteeld. In het najaar worden van het plantgoed monsters getrokken voor deelname aan de Japan-keuring. In het voorjaar volgt dan nog de keuring op het veld. Soorten met een Japan-certificaat worden in de sortimentslijst als zodanig aangegeven. Het areaal lelies bedroeg zo’n dertig jaar geleden minder dan 1.000 hectare. Op dit moment is dit areaal uitgebreid tot meer dan 4.000 hectare en is de lelie, na de tulp, het bloembolgewas met het grootst geteelde oppervlak in Nederland. Naast in Nederland worden ook veel lelies in Frankrijk, Nieuw-Zeeland en Chili geteeld. Deze lelies zijn zeer geschikt voor de bloementeelt in de winterperiode.
Voor de vermeerdering van lelies worden in de herfst gezonde bollen geschubd. Gedurende de winter worden deze schubben in vermiculiet bewaard. Tijdens deze bewaarperiode ontwikkelen zich kleine bolletjes op de schubben, die in april of mei worden geplant. De oogst van nieuw plantgoed vindt dan weer in de herfst plaats. Een nieuwe methode is het schubben in het voorjaar. Hierna wordt direct weer geplant, maar pas het volgende najaar geoogst. Bij deze tweejarige teelt wordt aanzienlijk op de productiekosten bespaard. Lelies vereisen een goede grond, met voldoende structuur en afwatering. Tijdens het groeiseizoen worden de bloemknoppen regelmatig verwijderd. Afhankelijk van de groep worden lelies vanaf september tot november gerooid. Voor goede resultaten in de broeierij dienen de bollen op het juiste moment, als ze voldoende zijn gerijpt, te worden gerooid. Na het rooien worden de lelies eerst geschoond en op maat gesorteerd. Hierna volgt een rustperiode waarbij de bollen, verpakt in met turfmolm gevulde kisten, bij een temperatuur van –0,5 tot –2 graden Celsius in koelcellen worden opgeslagen, tot het moment van verscheping.